Overzicht portfolio

Tuinen | duin-ouwe

>
>
Saskia de Wit, duin-ouwe,

Locatie: Bloemendaal
In opdracht van: particulier
In samenwerking met: Enderman-De Kat architecten
Ontwerp: 2017

historie

“Wilt ge ’s middags na kantoortijd U heerlijk verpoozen, wilt ge na uw zaken in het zenuwafmattende Amsterdam te hebben afgedaan een heerlijk “eigen huis” U scheppen, welnu laat U een huis bouwen in het villapark […] Ge kunt ontbijten in uw warande, uitziende op de hooge duinen […] en… over een half uur kunt ge in de hoofdstad zijn temidden uwer zaken. Ge zult de genoegens van het buitenleven deelachtig kunnen worden, met alle gemakken aan de nabijheid van een wereldstad als Amsterdam erbij. Ge kunt de nadeelen van het bewonen eener bedompte, drukke stad ontwijken en in de natuur uw vrije tijd doorbrengen, waardoor ge krachtig, opgewekt en vroolijk blijft, welke eigenschappen zoo hoog noodig zijn, in onzen jagenden en zenuwaantastenden tijd.” (verkoopbrochure uit 1905)

Ten gevolge van de industriële revolutie beleefde Nederland aan het eind van de 19e eeuw een opbloei in handel en industrie. Door de stijgende welvaart en de snel toenemende trein- en tramverbindingen vormde zich een nieuwe groep van gegoede burgerij die de stad kon ontvluchten. Vaak op voormalige landgoederen werden villaparken aangelegd, een combinatie van ruim opgezet publiek groen en ruime kavels, waar tussen de bomen door de villa’s zichtbaar zijn. In tegenstelling tot tuinen van de hedendaagse, op privacy gestelde villabewoner zijn de villa’s onderdeel van een grotere landschappelijke compositie waar de villa’s en landhuizen met hun gazons zichtbaar zijn tussen de boomgroepen door. 

Waarschijnlijk het eerste villapark in Nederland was het villapark Bloemendaalsche Park, in 1882 aangelegd op de voormalige buitenplaats Buiten Rijp, na de opening van station Overveen (waarmee het plots makkelijk bereikbaar was vanuit Amsterdam). Het villapark werd ontwikkeld door bouwmaatschappij Het Bloemendaalsche Park, naar een ontwerp van de Haarlemse architect L. J. Ritter. Aan de nieuwe, door Ritter ontworpen wegen werden percelen verkocht, met een minimum afmeting van 1000 m2. 

Kenmerkend is de landschappelijke aanleg op het geaccidenteerde terrein met enkele zeer grote hoogteverschillen, het slingerend wegenplan met extensieve bebouwing van voornamelijk grote villa’s op ruime percelen, en het ontbreken van hagen of schuttingen, zodat alle villa’s zichtbaar waren in één groot geheel. Eén van de eerste villa's was Duinouwe (Parkweg 18; 1883), gebouwd in rijke chaletstijl voor de douarière Schouwenburg-de Marez Oyens. Bij de villa horen een houten biljartkamer met veranda in chaletstijl (nr. 18a) en een veelhoekig houten vogelverblijf (circa 1900).

De tuinstijl uit deze periode is de gemengde tuinstijl. Na de periode van de landschapsstijl, brak er een tijd aan waarin het gekunstelde, de veelkleurigheid en ook het beslotene weer een plaats kregen in de tuin, vaak binnen een groter geheel in landschapsstijl. De tuinen hadden een zonering, met dichtbij huis een pleasure ground als overgang tussen huis en tuin. 

Deze deeltuin had een meer architectonische uitstraling, met elementen uit de Italiaans en Frans classicistische tuinkunst, en gebouwde elementen als keermuren en trappen, en een regelmatige, orthogonale plattegrond, aansluitend op de plattegrond van het huis. Het waren besloten tuinruimtes, niet om te wandelen, maar om in groter gezelschap van de bloemen en de zon te genieten. 

De beplanting bestond voornamelijk uit uitheemse bomen en heesters, waarbij aandacht wordt besteed aan de kleur- en bladschakeringen en de afwisseling van groenblijvende en bladverliezende soorten. Ook hadden deze tuinen fantasievolle en exotische tuinelementen zoals mozaïekperken, bloemenslingers en rotstuinen.